Mart en Marc hebben een uitgebreide inventarisatieronde langs de bijenhotels gedaan. Per fiets brachten ze de huidige staat in kaart....
Bekijk...We zijn van start gegaan met het opknappen van de bijenhotels. Tijdens de werkzaamheden maken we foto’s en delen we de opgedane kennis op deze blog.
Mart en Marc hebben een uitgebreide inventarisatieronde langs de bijenhotels gedaan. Per fiets brachten ze de huidige staat in kaart....
Bekijk...Het Bijenhotel team komt voor het eerst bij elkaar om te starten met het oppimpen van de bijenhotels: Overleggen, blokken...
Bekijk...Jan, Ron, Miranda, Bert, Louis, Mart, Marc
Aansluiten kan te allen tijde!
Voor het vervaardigen van effectieve nestgelegenheid in hardhout is precisie essentieel. De onderstaande maten zijn afgestemd op de behoeften van verschillende soorten solitaire bijen.
| Diameter boor | Minimale boordiepte | Doelgroep (o.a.) |
| 2 – 3 mm | 50 – 70 mm | Maskerbijen, kleine klokjesbijen |
| 4 – 5 mm | 80 – 100 mm | Tronkenbijen, kleine metselbijen |
| 6 – 7 mm | 100 – 120 mm | Rosse metselbijen |
| 8 – 10 mm | 120 – 150 mm | Gehoornde metselbijen, behangersbijen |
Boorrichting: Boor uitsluitend haaks op de draad (de zijkant van het blok). Boringen in de kopse kant (op de jaarringen) leiden tot scheurvorming, waardoor larven kunnen uitdrogen of aangetast worden door parasieten.
Afwerking: Gebruik scherpe hout- of metaalboren om een splintervrije ingang te garanderen. Ruwe randen kunnen de vleugels van de bijen beschadigen. Het verdient aanbeveling om het oppervlak na het boren licht op te schuren.
Gatcondities: De boorgaten moeten blind zijn (niet volledig doorgeboord). Een dichte achterwand is noodzakelijk voor een veilig nestklimaat.
Voor het optimaal functioneren van de nestblokken is de locatie en de manier van plaatsen doorslaggevend. Een technisch perfect geboord blok kan onbewoond blijven als de omgevingsfactoren niet kloppen. Hier zijn de belangrijkste richtlijnen voor het plaatsen van de houten elementen:
Zuidelijke expositie: Plaats de blokken op een zonnige plek, bij voorkeur gericht op het zuidwesten tot zuidoosten. Wilde bijen zijn koudbloedig en hebben de warmte van de zon nodig om actief te worden en hun larven te laten ontwikkelen.
Schaduw vermijden: Hang de blokken niet onder een dicht bladerdek of in de schaduw van een gebouw.
Droogte is cruciaal: De blokken moeten absoluut droog blijven. Plaats ze in een behuizing met een overstekend dak (minimaal 5 tot 10 cm overstek) om inregenen te voorkomen. Vocht in de gangen leidt tot schimmelvorming bij de larven.
Stabiele montage: Zorg dat de blokken stevig vastzitten en niet kunnen zwaaien of trillen in de wind. Bijen vermijden nesten die onstabiel aanvoelen.
Vlieghoogte: De ideale hoogte ligt tussen de 0,5 en 2 meter boven de grond.
Vrije aanvliegroute: Zorg dat de ingangen niet worden geblokkeerd door overhangende takken of hoog gras. Bijen moeten in een rechte lijn naar de boorgaten kunnen vliegen.
Bloemenboog: Een bijenhotel heeft alleen zin als er binnen een straal van 50 tot 200 meter voldoende inheemse, bloeiende planten aanwezig zijn (stuifmeel en nectar).
Nestmateriaal: Veel bewoners van boorgaten (zoals metselbijen) hebben vochtige leem of klei nodig om de cellen in het blok dicht te metselen. Een open plekje grond in de buurt is daarom aan te bevelen.