De Sneeuwappel is een vroege, middelgrote, zoet-zure zomerappel met gele schil. Hij is fris van smaak, maar niet lang houdbaar.
Lezen...
De Limburgse Bellefleur is een fraaie variëteit van het oudere appelras Bellefleur en wordt gerekend tot de streekeigen fruitrassen van Limburg. De eerste vermelding is al in 1888 in de boomcataloog van boomkwekerij Valle. De naam ‘Bellefleur’ zelf betekent ‘mooie bloem’, wat verwijst naar de uitbundige en sierlijke bloesem die de boom in het voorjaar draagt. Dit appelras is afkomstig uit Belgisch Limburg, maar werd en wordt ook veel in Nederlands Zuid-Limburg geteeld, waardoor het een sterke binding heeft met de regio.
Het ras behoort tot een groep oude soorten die bekend staan om hun robuustheid en wordt vaak als een typische keukenappel beschouwd, hoewel sommige varianten ook als handappel kunnen dienen. De vruchten van de Bellefleur zijn over het algemeen stevig, soms wat onregelmatig van vorm, en variëren in kleur, maar vertonen vaak een gele of geelgroene ondergrond met een rode blos. De opvallende vorm van de vrucht is conisch met vrij sterk geribde kelkholtewanden. Ze hebben doorgaans een friszuur en aromatisch karakter, wat ze zeer geschikt maakt voor verwerking in bijvoorbeeld appelmoes, gebak of sap.
De Bellefleur, en daarmee ook de Limburgse Bellefleur, staat bekend om zijn krachtige en sterke groei, wat resulteert in een imposante boomvorm. De boom ontwikkelt in de loop der jaren een middelgrote tot grote gestalte, met een uiteindelijke hoogte die doorgaans tussen de zes en negen meter ligt. Dit maakt het een traditionele boomgaardboom die vaak als hoogstam werd gekweekt.
Kenmerkend voor de boom is de kroon, die een ronde, breed vaasvormige of vrijwel ronde structuur aanneemt. De kroon is van nature vrij open, wat een belangrijk kenmerk is voor de fruitkwaliteit, aangezien dit zorgt voor voldoende lichtinval en luchtcirculatie rondom de vruchten. De gesteltakken groeien vaak stevig en schuin omhoog, wat bijdraagt aan de brede, majestueuze uitstraling van de volwassen boom. De appels zijn vaak laat rijp, met een pluktijd rond oktober, zelfs begin november, en bezitten uitstekende bewaareigenschappen, waardoor ze vaak tot diep in de winter geconsumeerd kunnen worden. Tegenwoordig zijn de eerste appels vaak al in september rijp.
De Bellefleur-appel, waaronder de Limburgse variëteit valt, is in de culinaire wereld een zeer veelzijdige vrucht en wordt traditioneel beschouwd als een uitstekende bewerkappel. Door zijn stevige vruchtvlees en de kenmerkende friszoete tot lichtzure smaak behoudt hij goed zijn structuur en smaak tijdens verhitting. De belangrijkste toepassingen in de keuken zijn:
De Sneeuwappel is een vroege, middelgrote, zoet-zure zomerappel met gele schil. Hij is fris van smaak, maar niet lang houdbaar.
Lezen...De vruchten van deze Bellefleur zijn over het algemeen stevig, soms wat onregelmatig van vorm, en variëren in kleur, maar...
Lezen...De Goudreinet, een robuuste Nederlandse appel, is geliefd om zijn veelzijdigheid. De vrucht is ideaal voor recepten en goed te...
Lezen...